Ode aan Trijnie

Op een waterkoude maandag bevind ik me in de struiken noordwestelijk van de Kaapsduin. Daar stuit ik op een verborgen kist. In de kist ligt een schriftje.

In dit schriftje noteer ik:

Hier zeker bekend. Maar dit hier nooit gezien. Hoe vaak ik hier wel niet liep te struinen, uit school, of ’s avonds na het eten. Maar nooit de kist gezien. En nu, zovele jaren later, hier in de bosjes, ontkom je er niet aan. Bij deze een blok met mijn naam voorzien.

Dit klopt. Ik heb een tijdje op het eiland gewoond. Ik woonde in de Ecuadorstraat, kostganger bij een oude vrouw die vaak de hort op was, waardoor ik alle rust en ruimte had. Ik bracht wel eens een hele stukken zalm mee, en dan ‘dineerden’ we. Dan werd de tafel deftig gedekt en aten we met de buren (nog oudere mensen) en dronken we wijn en koffie.

Achter het huis schoot ik altijd zo om Doodemanskisten, en vervolgens door het bos en de duinen. Na de looptocht schreef ik nog een uur of wat schoolwerk aan het witte bureautje op mijn kamer. Dan scheen op een gegeven moment het draailicht van de Brandaris door de gordijnen. Een teken dat het donker was en dan schoof ik mijzelf in bed. In de ochtend was het dan wel haastje repje, maar ik had over het algemeen gezien een vrij goed levensritme. Ik at ook veel fruit. De tijd bij Trijnie was een tijd van negens en tienen.

De geocache van februari draag ik daarom op aan Trijnie.

Plaats een reactie

Vorig schrijfsel
Volgend schrijfsel